Toon van Els
1865–1922
Bekijk Toon van Els in de spiraal tussen 8.415 bekende Nederlanders- Overleden
- 26 januari 1922
- Geboren
- 1865
. Antoon ('Toon') van Els (Sint Anthonis, 8 juli 1865 - Weert, 26 januari 1922), bijgenaamd Tôntje d'n Dwerg, was een bekende zwerver die door Noord-Limburg en Oostelijk Noord-Brabant zwierf. Hij was de zoon van Johannes van Els (1824-1898) en Anna Maria (Maria) van den Elzen (1837-1886), beiden dagloners van beroep. Het gezin verhuisde in 1867 naar de Bus in Oploo. Toon van Els begon zich op volwassen leeftijd te verhuren als schaapsherder bij boeren in de Peel en verbleef op verschillende adressen. Rond 1900 was het gedaan met het schapen houden op de Peel en dus ook met Toon zijn vak. Toon begon te zwerven, eerst om werk te zoeken, later omdat het niet anders was. Hij had een lange baard, een verweerd gezicht en een paar heldere ogen. Hij had een fiere houding en een krachtige stem. Hij was klein van gestalte (ca. 1,17 m) en kon hierdoor amper over de duwstang van de kinderwagen kijken, die hij van een echtpaar had gekregen dat "uit de kleine kinderen was" en waarin hij zijn hele hebben en houden vervoerde. Toon had in zijn jeugd een opgewekt karakter met veel gevoel voor humor, later werd hij norser en meer in zichzelf gekeerd. Hij trok langs en door de Peel en werd volgens de overlevering gesignaleerd van Asten tot Wanroij en van Vierlingsbeek tot Someren. Een vast adres had hij niet, maar hij was hier en daar wel welkom voor wat eten, wat hij dan altijd buiten opat. In de winter sliep hij vaak in een schaapskooi of plaggenhut en in de zomer in de openlucht of in een droge greppel. Hij duwde een oude kinderwagen voor zich uit met zijn ‘huisraad’. Toon vereenzaamde en vervreemdde van de mensen. Als de spot met hem werd gedreven of hij werd uitgejouwd, wat voornamelijk door de jeugd gebeurde, gooide hij driftig met zand en stenen. Niet iedere winter had Toon onderdak voor langere tijd. Soms bivakkeerde hij in de wintermaanden ondanks de kou toch buiten. Zo ontstond in 1917 het gerucht dat Toontje in de buurt van Plasmolen was doodgevroren. Toen hij in het voorjaar bij een boerderij kwam in Milsbeek, waar hij ook weleens overnachtte, zei de boerin tegen hem: "Maar Toontje, ik heb horen vertellen dat je was doodgevroren bij Plasmolen." Toontje antwoordde: "Ja, mar 't hé gedojt!" (Ja, maar het heeft gedooid!). In januari 1922 zakte Toon uitgeput in elkaar op de Beekpoort in Weert. Hij was doodziek en werd door een buurtbewoner een schuur ingedragen voor onderdak en verzorging. Hij verbleef een week ter plaatse, maar werd ondanks de zorgen steeds zieker. Uiteindelijk bracht men hem naar het nabijgelegen St. Jansgasthuis, waar hij twee dagen later overleed. Zijn herderschopje werd bij hem in de doodskist gelegd en tijdens de begrafenisstoet was er behalve een buurtbewoner, verder geen publiek aanwezig. Hij werd begraven op het Sint-Martinuskerkhof aan de Molenpoort in Weert.
Tekst en foto afkomstig van nl.wikipedia.org — Public domain — author is unknown